In de gevangenis breng je de meeste tijd door in een cel van 4 bij 5 meter.
Op
het werk breng je de meeste tijd door in een kamertje van 3 bij 4 meter.
In de
gevangenis krijg je elke dag drie maal je eten.
Op het werk krijg je slechts een
keer pauze om wat te eten en moet je er nog voor betalen ook.
In de gevangenis
wordt je eerder vrijgelaten wanneer je je goed gedraagt.
Op het werk wordt je
voor goed gedrag beloond met nog meer werk.
In de gevangenis is er een bewaker
die alle deuren voor je opent en sluit. Op het werk moet je een sleutelbos bij
je hebben en alle deuren zelf openen en sluiten.
In de gevangenis kun je tv
kijken en spelletjes spelen.
Op het werk wordt je ontslagen wanneer je tv kijkt
of spelletjes speelt.
In de gevangenis wordt je geboeid wanneer je ergens
naartoe gaat. Op het werk ben je gewoon geboeid (of niet natuurlijk, dat ligt
eraan hoe je boeien interpreteert).
In de gevangenis mogen je familie en
vrienden je bezoeken.
Op het werk kun je zelfs niet met je familie en vrienden
praten.
In de gevangenis worden alle uitgaven betaald door de belastingbetalers,
zonder dat je er ook maar iets voor hoeft te doen.
Op het werk moet je zelf alle
uitgaven betalen om naar het werk te kunnen gaan en heffen ze belasting op je
loon om dat aan de gevangenen te kunnen geven.
In de gevangenis zijn er
bewaarders die vaak sadistisch zijn. Op het werk zijn er managers.
|