Er was eens een vrouw in Gent,
die had geen rooie (euro)cent.
Haar man deed ook al geen moer
en ze zei: "ik draai jou een loer,
ik zoek mooi een andere vent".
Zie ik heftige voetbalrellen,
dan ga ik de politie bellen.
En als ze met hun grote bekken,
gaan schreeuwen als gekken,
zal ik ook de ME gaan bestellen.
Ooit moest een vriend van mij blazen,
na het ledigen van vele bierglazen.
Voor de politie werd het een strop,
want de blaaspijpjes waren op.
Ik blijf mij over zijn geluk verbazen.
Marie zei als je zo een zatlap bent
Wil ik je nooit voor mijn vent
Ik moet jou niet meer
Verdwijn maar mijn heer
Neem een trein kaartje naar Gent
Hij stond in gedachten verzonken
Was hij al zo diep gezonken
Hij keek in haar ogen
En zei diep bewogen
Mijn drinken is hierbij verdronken
Hoe goed ben je in je keuken
En kun je heel lekker neuken
Als je het heel goed kan
Word ik heel graag je man
En we trouwen onder de beuken
Babies komen van sex zei Marie
En ik wil er ten minste drie
Trek je broek maar uit
Kom hier met die guit
We beginnen onze familie
Een jonge timmerman op de bouw:
Werd verliefd op een heel mooie vrouw
In regen en wind
Liep hij achter dat kind
Tot hij stierf van een ernstige kou.
Er was eens een vrouwtje in Londen
Die had een condoompje gevonden
Ze zei tegen haar knul
Doe dat ding om je lul
Want weggooien dat vind ik zonde.
Er was eens een neger die heette Abdul
Die neukte zijn vrouw in een klapstoel
Die klapstoel zei krak
Klemde om zijn zak
Oh, wat trok die neger toen een rotsmoel.
|