Er was eens een man in Rockanje,
die hield niet van onnodige franje.
Hij at heel veel winterpenen,
die zakten af naar zijn tenen
en maakten zijn voeten oranje.
Ik lig zo lekker, ik kom er niet uit.
Nee, ook niet voor een beschuit.
Dat moet ik toch zelf weten
en ik heb geen trek in eten.
Ik denk dat ik mijn luiken sluit.
Er was eens een man uit den Helder,
die zat stiekum te roken in de kelder.
Zijn vrouw kon er echt niet meer tegen
en ze dreigde hem met een degen,
bovendien hing overal een rookmelder.
Een boer zat met z'n varkens te toepen,
toen zei een zeug dat ze moest poepen.
De boer zei: "ik heb al een mestoverschot,
dus hou het alsjeblieft binnen het kot,
dat heb ik al zo vaak geroepen".
Goede wijn behoeft geen krans,
maar ik ontspring liever de dans.
Geef mij maar een lekker potje bier,
dat drink ik met heel veel plezier.
Tenslotte ben je met bier meer mans.
O, wat is het leven toch een ellende.
Was er maar iemand die mij verwende.
Iemand die alles voor mij wil doen
en het liefst met een heleboel poen.
O, als ik toch eens zo iemand kende.
Een man uit Zwaag,
had een zwakke maag.
In eten had hij altijd zin,
maar hij hield er weinig in,
en maagzout werkte te traag.
De man van het vrouwtje uit Stavoren,
had hele grote, wijduitstaande oren.
Als hij het raampje van z'n auto opendeed
en vervolgens keek hoe hard hij reed,
dan bleek dat hij veel snelheid had verloren.
Een man was lelijk gevallen
en dat was hem slecht bevallen.
Hij struikelde over de kat
en ja, dat was me wat,
hij viel pardoes op z'n ballen.
Ik ben niet iemand die veel leest.
Nee, ik hou veel meer van feest.
Maar dan wel zonder rode wijn,
want dat smaakt vaak naar azijn.
Van een pot bier hou ik het meest.
|