Berlijn, even na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Een meisje is onderweg naar huis wanneer een blinde man haar aanspreekt:" Meneer, zoudt u me even kunnen helpen?" Het meisje schiet in de lach, zegt dat ze een meisje is, maar biedt toch haar diensten aan. De blinde vraagt haar om een envelop af te geven op een adres vlakbij. Het meisje gaat akkoord en draait zich om. Wanneer ze zich nog eens omdraait om de man te vragen of ze hem verder nog kan helpen, ziet ze hem weglopen met zijn bril en blindestok in de hand. Ze riekt dat er iets mis is en besluit met het briefje en het adres direct naar de politie te stappen. Als de politie een inval doet op het adres, vindt zij daar hopen mensenvlees dat verkocht wordt aan hongerige Berlijners.
Op het briefje stond:"Dit is de laatste persoon die ik je stuur." Naar alle waarschijnlijkheid profiteerde de "blinde" man van de plotselinge stop in handel in mensenvlees die de nazi's vanuit de vernietigingskampen opbouwden. Daarmee werd een hoop geld verdiend.
|